Een eigen koppenkaart ontwerpen

Een eigen koppenkaart ontwerpen #

Naast de vaste koppenkaart kunt u sinds 16 september 2026 zelf een ontwerp maken: u bepaalt het formaat, de achtergrond, waar de foto’s staan, hoe groot ze zijn en welke teksten erbij komen. Zo’n ontwerp heet een sjabloon en u hergebruikt het voor elke klas.

Wilt u gewoon de vaste kaart gebruiken, dan hoeft u hier niets mee te doen. Zie Koppenkaart maken.

Voorwaarden #

  • U werkt in Afbeeldingen → Albums. Alleen een bedrijfs-account en medewerkers komen daar; een fotograaf ziet het menu-item niet.
  • Een sjabloon hoort bij de site, niet bij u persoonlijk. Iedereen die bij Albums kan, ziet uw sjablonen en kan ze aanpassen of verwijderen.

De editor openen #

  1. Ga naar Afbeeldingen → Albums en klap de school uit.
  2. Klik op de klasrij op het icoon met de tekstballon Bewerk koppenkaart. Het venster Maak koppenkaart opent.
  3. In dat venster staat de keuzelijst Ontwerp. Daar staat standaard Standaard koppenkaart — dat is de vaste kaart.
  4. Klik op + Nieuw ontwerp maken voor een leeg sjabloon, of kies eerst een bestaand sjabloon en klik dan op Aanpassen.

De editor opent schermvullend. Links ziet u de kaart, rechts het instellingenpaneel.

U werkt met verzonnen namen. Zolang u ontwerpt staan er voorbeeldnamen op de kaart, zodat u de indeling kunt beoordelen zonder dat er al foto’s hoeven te zijn. In de titelbalk leest u dan Koppenkaart-sjabloon — voorbeeld met verzonnen namen; hoort er al een klas bij, dan staat daar de klasnaam.

Het ontwerp opbouwen #

Rechtsboven in het paneel staan de dingen die voor de hele kaart gelden.

  • Naam van het sjabloon — hieronder herkent u het straks terug in de keuzelijst Ontwerp. Geef het een naam die iets zegt, bijvoorbeeld Groepskaart liggend 2026.
  • Formaat — acht keuzes: A4 en A3 (staand en liggend), 30 × 20 cm, 20 × 30 cm, 40 × 30 cm en 30 × 40 cm. Een nieuw ontwerp begint op A4 liggend.
  • Achtergrond — een Kleur, of een foto via Foto kiezen…. Met het prullenbakje haalt u de foto er weer af.
  • Lettertype — geldt voor alle teksten op de kaart. Per tekst kunt u er later van afwijken.

Onderdelen #

Onder Onderdelen staat alles wat er op de kaart ligt, met het voorste bovenaan. Elk onderdeel heeft een schakelaar: uit betekent dat het niet op de kaart komt, maar wel bewaard blijft.

Met de vier knoppen eronder voegt u iets toe:

  • Tekst — een los tekstvak.
  • Fotoraster — het blok met de foto’s.
  • Logo — uw eigen logo uit de huisstijl.
  • Afbeelding — een eigen plaatje, bijvoorbeeld een schoollogo of een sticker.

Opnieuw beginnen zet het ontwerp terug naar de standaardindeling. De achtergrond en het lettertype blijven staan. Er wordt niets gevraagd en u kunt het niet ongedaan maken.

Onderdelen verplaatsen en schalen #

  • Slepen verplaatst. Onderdelen klikken vast op de randen en het midden van de kaart en van elkaar; er verschijnen rode hulplijntjes. Houd Alt ingedrukt om vrij te slepen.
  • Het blauwe blokje rechtsonder schaalt. Houd Shift ingedrukt om de verhouding vast te houden.
  • De pijltjestoetsen verschuiven 0,5 mm, met Shift 5 mm.
  • De Delete-toets verwijdert het geselecteerde onderdeel. Ook dat gaat zonder vragen en zonder ongedaan maken.

Er is geen ongedaan maken in deze editor. Sluit u het venster met het kruisje, dan gaat uw werk verloren zonder waarschuwing. Sla dus tussendoor op.

Het fotoraster #

Dit is het hart van de kaart. Klik het raster aan en u krijgt rechts alle instellingen.

Wie erop komt

  • Wie — Iedereen, Alleen kinderen of Alleen leerkrachten.
  • Leerkrachten — Achteraan of Vooraan; alleen zichtbaar bij Iedereen.
  • Volgorde — Zoals in het album of Op naam (A-Z).

Hoe ze staan

  • Kolommen — vul 0 in voor automatisch. Dan zoekt het systeem zelf het aantal kolommen waarbij de foto’s het grootst worden.
  • Laatste rij — Midden of Links. Bij Midden staat een niet-volle onderste rij netjes gecentreerd.
  • Uitlijnen in het vak — Verticaal midden of Bovenaan.
  • Ruimte tussen foto’s en Ruimte tussen rijen — in millimeters.

Hoe de foto’s eruitzien

  • Vorm — Rechthoek, Afgeronde hoeken of Rond of ovaal.
  • Verhouding — Staand 2:3, Staand 3:4, Staand 4:5, Vierkant of Liggend 4:3.
  • Uitsnede (hoger/lager) — bepaalt welk deel van de foto u ziet als hij niet precies past. Hoger zetten betekent meer van de bovenkant.
  • Rand — dikte in millimeters plus een kleur.
  • Schaduw — staat standaard aan.

De naam onder de foto

  • Plaats — Onder de foto, Op de foto of Geen naam.
  • Alleen voornaam — laat de achternaam weg.
  • Daaronder staan lettertype, grootte, kleur, vet en een Effect (Rand of Schaduw) om de naam leesbaar te houden op een drukke achtergrond.

Wie als leerkracht geldt #

Het systeem herkent een leerkracht aan de naam. Namen die beginnen met lk_, juf, juffrouw, meester, meneer, mevrouw of (sinds 8 oktober 2026) het Duitse Herr of Frau tellen als leerkracht, en bij lk_ wordt dat voorvoegsel van de kaart gelaten.

Klopt dat voor iemand niet, dan kiest u sinds 8 oktober 2026 per persoon zelf Leerkracht of Leerling, met de knop Wie is leerkracht? in het venster Maak koppenkaart. Uw keuze gaat vóór de naam; zie Koppenkaart maken.

Let op: een foto zonder naam telt ook als leerkracht. Staan er in de klas nog foto’s waar de leerlinggegevens niet aan gekoppeld zijn, dan vallen die weg uit een raster dat op Alleen kinderen staat. Controleer de fototelling in het venster Maak koppenkaart: daar staat hoeveel foto’s er zijn en hoeveel daarvan als leerkracht gelden.

Wilt u leerkrachten apart zetten, dan zet u het hoofdraster op Alleen kinderen en voegt u een tweede raster toe op Alleen leerkrachten.

Twee meldingen in het rastervak #

  • “Te weinig ruimte” — er passen bij deze instellingen geen foto’s in het vak. Maak het vak groter, zet de ruimte tussen de foto’s kleiner of kies een ander aantal kolommen.
  • “Niemand in dit raster” — er is niemand die aan Wie voldoet. Dat ziet u bijvoorbeeld bij een raster op Alleen leerkrachten in een klas waar geen enkele naam als leerkracht herkend wordt.

Teksten #

Klik een tekstvak aan en typ in het veld Tekst. Vier chips zetten een variabele in de tekst die bij het maken wordt ingevuld:

| Chip | Wordt vervangen door |

|—|—|

| {kop} | wat u in het venster Maak koppenkaart bij Kop invult |

| {klas} | de naam van de klas |

| {school} | de naam van de school |

| {schooljaar} | het schooljaar |

Past de tekst niet in het vak, dan wordt hij automatisch kleiner gemaakt.

Afbeeldingen en uw logo #

Bij een afbeelding kiest u onder Wat tussen Mijn logo (huisstijl) en Eigen afbeelding. Kiest u het logo en heeft uw site er geen, dan staat er in het vak “Je logo (stel het in bij Huisstijl)” en valt het onderdeel bij het maken van de kaart gewoon weg.

Met In het vak bepaalt u of de afbeelding helemaal zichtbaar blijft (Passend) of het vak vult en bijgesneden wordt (Vullen). Een PNG met transparante achtergrond werkt het mooist voor logo’s.

Let op de afdrukkwaliteit #

Kiest u een achtergrondfoto, dan rekent de editor meteen uit hoe scherp die is op het gekozen formaat:

  • Onder de 200 dpi verschijnt een waarschuwing met het aantal pixels dat nodig is.
  • Onder de 120 dpi kleurt die melding rood.
  • Wijkt de verhouding van de foto meer dan 5% af van het formaat, dan leest u dat de randen wegvallen.

Die meldingen blokkeren niets — u kunt gewoon doorgaan — maar op A3 ziet u een te kleine achtergrond echt terug in het drukwerk.

Opslaan, en wat er daarna gebeurt #

Opslaan is pas actief als u iets gewijzigd heeft. De melding is “Het sjabloon is opgeslagen.”

Een paar dingen die de server controleert en waar u een melding van krijgt:

  • Zonder naam: “Geef het sjabloon een naam.”
  • Zonder enig ingeschakeld fotoraster: “Zet minstens één fotoraster aan, anders staan er geen foto’s op de koppenkaart.”
  • Een sjabloon mag maximaal 40 onderdelen bevatten.
  • Is het gekozen lettertype intussen verwijderd, dan leest u “Het gekozen lettertype bestaat niet (meer).”

Opslaan maakt nog geen kaart. Dat doet u in het venster Maak koppenkaart, met de knop Maak koppenkaart. Daar vult u ook de Kop in en kunt u voor déze klas een eigen achtergrond kiezen. Laat u die leeg, dan wordt de achtergrond van het sjabloon gebruikt.

Een sjabloon wijzigen of verwijderen #

Een wijziging werkt met terugwerkende kracht. Een klas onthoudt alleen wélk ontwerp hij gebruikt, niet hoe dat ontwerp er toen uitzag. Past u een sjabloon aan, dan krijgt elke kaart die u daarna maakt het nieuwe ontwerp. Kaarten die u al gedownload heeft veranderen niet. Er zijn geen versies en er is geen historie — wilt u iets uitproberen, maak dan eerst een kopie onder een andere naam.

Verwijderen gaat met de knop rechtsboven, in twee stappen: eerst Sjabloon verwijderen, dan Zeker weten? Verwijderen. Klassen die dit sjabloon gebruikten vallen daarna terug op de standaard koppenkaart. Er is geen annuleerknop: klikt u per ongeluk op de eerste knop, sluit dan het venster en open het opnieuw.

Twee sjablonen mogen dezelfde naam hebben. In de keuzelijst Ontwerp zijn ze dan niet uit elkaar te houden, dus geef ze onderscheidende namen.

Waarom zou ik een eigen ontwerp maken? #

De vaste koppenkaart kan maximaal 45 foto’s. Zitten er meer in de klas, dan krijgt de standaardkaart sinds 8 oktober 2026 automatisch een eenvoudig ontwerp; het venster Maak koppenkaart meldt dat, en u kunt ook een eigen ontwerp maken (zie Koppenkaart maken). Een zelfgemaakt raster kent die grens niet: de foto’s worden vanzelf kleiner tot ze niet meer passen, en dan leest u “Te weinig ruimte”.

Verder geeft een eigen ontwerp u het formaat, de opmaak van de namen en de plaats van uw logo in eigen hand.

Zie ook #

Was dit artikel nuttig?

  • Blij
  • Normaal
  • Ongelukkig